Nieuws

BLOG - Brexit: testcase voor het Nederlandse vestigingsklimaat

22-08-2016

Sinds de verrassende uitkomst van het Britse referendum volgen de speculaties over de toekomstige inrichting van de relatie van de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk zich in hoog tempo op. Niet in het minst gevoed door de politieke wanorde in Engeland als gevolg van het een voor een van het toneel verdwijnen van de hoofdrolspelers die verantwoordelijk zijn voor de Brexit. In schril contrast daarmee staat het krampachtig aanblijven van de verguisde Labour leider James Corbyn. Het gebrek aan vertrouwen in de overheid wordt alleen maar verder gevoed door politici die hun eigen belang boven het landsbelang stellen en de Brexit verweesd achter laten. 

Binnen de Europese Unie worden de kaarten opnieuw geschud, maar nog niet uitgedeeld tot na het zomerreces. Naast de nieuwe handelsrelatie met Engeland, is de grote vraag wat een Brexit zal betekenen voor de krachtsverhoudingen binnen de Europese Unie. Nederland verliest in ieder geval een machtige bondgenoot bij het verdedigen van een vrije markt economie. Maar gevreesd moet worden dat de impact van de Brexit op de politieke stabiliteit van Europa nog veel groter is dan de economische schade die deze scheiding toebrengt aan de Europese economie.

Alle hoofdsteden van de Westerse landen lopen zich ondertussen warm om een graantje mee te pikken van de verwachte uitstroom van bedrijven en instellingen uit het Verdeelde Koninkrijk. Zonder Europees paspoort loop je als bedrijf immers tegen allerlei beperkingen aan. Inmiddels wordt hier steeds openlijker over gespeculeerd door politici, aangewakkerd door populariteitspolls in de media. Londen heeft genoeg werkgelegenheid weggezogen uit andere Europese landen, dus geen enkele politicus voelt zich nu geremd om wat terug te claimen. Enkele Westerse landen hebben speciale websites en loketten geopend waar geïnteresseerde bedrijven met al hun lokale vestigingsvragen terecht kunnen. De Nederlandse overheid zou er goed aan doen dat voorbeeld te volgen, willen wij een  serieuze gooi doen naar het aantrekken van internationaal opererende bedrijven die op zoek zijn naar onbelemmerde toegang tot de Europese markt. Als ik mij niet vergis heeft onze regering toch nog steeds als doelstelling om Nederland tot de top 10 van concurrerende landen in de wereld te laten behoren. Die ambitie moet je ook – niet gehinderd door Nederlandse bescheidenheid - openlijk uitdragen om te kunnen slagen.

Nederland doet het met Amsterdam heel goed op de internationale concurrentieranglijsten. De New York Times plaatste Amsterdam zelfs bovenaan de lijst van steden in de EU die Londen zouden kunnen vervangen als financiële hoofdstad van Europa. Aantrekkelijke stad, excellente (IT-) infrastructuur en connectiviteit, aanwezigheid van sterke zakelijke dienstverlening, clustervorming op de Zuidas, goede internationale scholen en goede huisvestingsmogelijkheden. Allemaal relevante pluspunten.

Daargelaten onze kansen daartoe, toont onze regering zich wat huiverig voor het bieden van huisvesting aan grote internationale banken. Het vertrouwen in een sluitend Europees bankenvangnet is nog niet absoluut en onze bij de kredietcrisis in 2008 opgelopen wonden om omvallende systeeminstellingen te redden, zijn nog niet geheeld. Maar, en dat is een heel ander verhaal, Engeland herbergt met Londen op dit moment - na de Verenigde Staten - tevens het grootste centrum voor vermogensbeheer ter wereld. Asset managers in Londen beheren maar liefst €5 triljoen aan institutioneel en retail vermogen. Daartoe behoort ook al een flink deel van het grote Nederlandse pensioenvermogen. Het zou toch mooi zijn als wij een stuk van dat vermogensbeheer weer terug zouden kunnen halen naar Nederland! Daarvoor moeten wij naast onze vele bovengenoemde pluspunten aantonen op het gebied van regelgeving tenminste te beschikken over een level playing field voor vermogensbeheerders met concurrerende Europese lidstaten. En laat dat duidelijk zijn: asset managers behoeven nooit door de staat te worden gered in geval van een onverhoopt faillissement. Het vermogen van hun klanten is immers standaard afgescheiden van het ondernemingsvermogen!

Naast de aantrekkelijkheid voor asset managers, zou de Nederlandse regering een serieuze poging moeten wagen om  de European Banking Authority naar Nederland te halen. Deze Europese financiële bankenwaakhond kan na een definitieve Brexit onmogelijk in Londen gehuisvest blijven. Frankfurt en Parijs hebben al andere Europese instellingen. En waar zou de EBA dan beter kunnen worden gehuisvest dan in een land dat aan alle Porteriaanse voorwaarden voor een competitive strategy voldoet en waar bovendien de dominee en de koopman al eeuwenlang met elkaar om de hegemonie wedijveren? Alle ingrediënten voor een evenwichtig toezichtklimaat lijken daarmee vervuld. En, succes verzekerd voor een geweldige spin-off voor Amsterdam om meer dienstverleners aan te trekken! 

Brexit zal de gemoederen nog lang bezig houden. Elk nadeel heb zijn voordeel, zoals de helaas te jong overleden Nederlandse voetbalfilosoof Johan Cruijff het al zei. Voor ons land wordt het een mooie testcase hoe het buitenland daadwerkelijk tegen ons vestigingsklimaat aankijkt. Of zoals de Britten het zelf plegen te zeggen: ‘the proof of the pudding is in the eating’.

 

Hans Janssen Daalen

Algemeen directeur DUFAS

 

Terug naar nieuws