Nieuws

BLOG - Europa en de toekomst van de financiële dienstverlening

24-03-2017

De Europese Unie bevindt zich in een turbulente en tegelijkertijd paradoxale fase van haar bestaan. Op 25 maart wordt het 60-jarige bestaan van de Europese Unie gevierd in Rome, waar destijds het unieverdrag werd ondertekend. De feestelijkheden worden echter ver-stoord door de existentiële vraagstukken over de toekomst van de Unie. Europa-kritisch po-pulisme, migratieproblemen, latente €-crisis, Brexit, een ontluikende handelsoorlog tussen Amerika en China, discussie over de prijs van globalisering en vrijhandel: de Europese Unie dient zich te wapenen tegen zo veel tegenkrachten en innerlijke verdeeldheid. Verdere inte-gratie naar een federaal model lijkt verder weg dan ooit. Realistischer is te kiezen voor een ‘multi-speed Europe’. Europa dient hoe dan ook eensgezindheid en stabiliteit te vinden bin-nen dit enorme krachtenveld. Ons land zal zich moeten wapenen tegen de vele bedreigingen. Wij kunnen dat alleen binnen een sterke Europese Unie. ‘But it takes two to tango’.


Nederland beschikt over een open markt economie, die sterk afhankelijk is van handel met het buitenland. Wil Nederland blijven behoren tot een van de meest concurrerende econo-mieën met een sterke exportpositie, dan moeten wij ons blijven onderscheiden met een uit-stekend vestigings- en investeringsklimaat. Ook voor de financiële sector. Met gebalanceerde fiscale maatregelen, het wegnemen van belemmeringen voor ondernemerschap, en betrouw-bare en voorspelbare regelgeving in lijn met de rest van Europa: geen goldplating! De Neder-landse economie staat er op dit moment goed voor. Maar om dat vast te kunnen houden zou een competitieve financiële dienstverlening in het rijtje prioriteiten van het nieuwe rege-ringsakkoord moeten staan. Financiële dienstverlening is immers de smeerolie voor econo-mische groei en daarmee een van Nederlands’ topsectoren.


Ondertussen is onze financiële wereld in rap tempo aan het veranderen. De traditionele grenzen tussen bankieren, beleggen en verzekeren zijn aan het vervagen. Banken verkopen steeds meer producten van derden. Producten die niet meer op hun eigen balans drukken vanwege de hoge solvabiliteitseisen die dit met zich brengt. De financiering van de leningen aan het bedrijfsleven en hypotheken voor het grote publiek zijn afkomstig van pensioenfond-sen en verzekeraars. De bank brengt daarbij zijn expertise in en treedt op als financieel in-termediair. In het betalingsverkeer, een van de traditionele monopolies van de banken, zien wij nieuwe ‘fintech’ aanbieders op de markt die deze functionaliteit overnemen van de ban-ken. Bij verzekeraars zien wij dat het traditionele levenbedrijf volledig wordt omgeturnd naar beleggingsdiensten: fondsen, PPI’s en APF-en kleuren het dienstenaanbod van de grote verze-keraars. Maar ook fondsbeheerders, beleggingsondernemingen en banken bieden steeds meer pensioenproducten aan.


Ook voor het financiële toezicht levert dat nieuwe uitdagingen op. Nederland kent een inge-wikkeld toezichtsysteem op financiële instellingen, het zogenaamde ‘twin peaks’ model. Inter-nationaal is één toezichthouder de norm. Daarmee wordt de gehele financiële sector in al zijn facetten in het oog gehouden. In Nederland houdt DNB toezicht op de prudentiële ri-sico’s, de AFM normeert de gedragingen van financiële spelers op de markt. In praktijk komt dit er op neer dat DNB de primaire toezichthouder is op banken, verzekeraars en pensioen-fondsen. De AFM is de primaire toezichthouder op beleggingsondernemingen, fondsbeheer-ders en het financiële intermediair. Doublures in het toezicht moeten worden voorkomen. DUFAS is daar ook altijd zeer alert op. Maar hoe past die taakverdeling tussen de twee toe-zichthouders nu op het geïntegreerde landschap dat zich in de financiële dienstverlening be-gint af te tekenen?


Nog even en je kunt geen eenduidig etiket meer plakken op een financiële instelling. Is het een bank? Een verzekeraar? Een beleggingsonderneming? Het zullen ‘financiële dienstverle-ners’ worden, soms allround, soms superspecialisten op een deelterrein. Quo vadis, pecu-nia!? Nu wij onze Wet financieel toezicht toch willen herzien, moeten wij hier ook maar eens over nadenken.


Hans Janssen Daalen
Algemeen Directeur DUFAS

Terug naar nieuws