Waarom is strategische onafhankelijkheid een belangrijk onderwerp voor de assetmanagementsector?
‘De aanleiding is een duidelijke wake-upcall van de twee toezichthouders. Onze leden beheren het vermogen van miljoenen Nederlanders, maar doen dat op een digitale infrastructuur die ze grotendeels niet zelf in handen hebben. Dat creëert een strategische kwetsbaarheid.Tijdens een ledenevent dat wij binnenkort organiseren komen de toezichthouders AFM en DNB dit zelf toelichten.
Digitale kwetsbaarheid is een hot topic Laten we eerlijk zijn. de claim van een NAVO-land op het grondgebied van een ander NAVO-land hielden weinigen voor mogelijk. Dan moet je nadenken over de vraag: hoe afhankelijk ben je van andere landen en partijen voor essentiële technologie?’
Is dat besef vooral ontstaan door de ontwikkelingen in de Verenigde Staten, of speelt er meer?
‘Dat dit nu ook echt een thema is voor de financiële sector, komt mede door het gezamenlijke rapport dat AFM en DNB in oktober 2025 publiceerden over digitale afhankelijkheid in de financiële sector.
In dat rapport waarschuwen ze dat de sector te afhankelijk is van een klein aantal niet-Europese IT-leveranciers. Voorbeelden zijn de cloudinfrastructuur, software, besturingssystemen, dataleveranciers en AI-modellen. Die concentratie creëert systeemrisico’s.'
AFM en DNB geven dus vooral een waarschuwing. Betekent dit dat asset managers nu al verplicht worden om Europese alternatieven te zoeken?
‘Nee, zo moet je het niet zien. Het is in de eerste plaats een signaal: denk na over hoe afhankelijk en kwetsbaar je zelf bent. Dat geldt niet alleen voor asset managers, maar ook voor banken, verzekeraars en andere partijen in de financiële sector.
Tegelijkertijd is dit probleem te groot om iedere onderneming afzonderlijk te laten oplossen. Strategische autonomie is geen huiswerk voor één asset manager. Het is een opgave voor de héle sector.
Een belangrijke rol van DUFAS als brancheorganisatie is juist dat leden niet allemaal zelf het wiel hoeven uit te vinden. We willen van elkaar leren, experts erbij betrekken en het gesprek voeren met toezichthouders. Dat doen we op 6 oktober met ons eigen evenement Rising needs for strategic independency in the asset management industry. Hoe kun je nu al je eigen kwetsbaarheid verkleinen? Welke alternatieven zijn er? Welke keuzes kun je zelf maken om je weerbaarheid te vergroten?’
Leg uit. Wat kunnen asset managers concreet doen?
‘De eerste stap is bewustwording. Je moet weten waar je afhankelijkheden precies zitten. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het niet altijd. Het gaat niet alleen om cloudproviders. Ook data, software en AI-modellen kunnen onderdeel zijn van die afhankelijkheid.
De tweede stap is kijken hoe je die kwetsbaarheid kunt verkleinen. Zijn er alternatieven? Kun je afhankelijkheden spreiden? Kun je bepaalde risico’s anders organiseren? Een derde en laatste stap is dat je ook kijkt in hoeverre strategische autonomie een rol speelt bij investeringskeuzes.
Over dit soort zaken willen we tijdens het evenement ook met leden, experts en toezichthouders over spreken. Uiteindelijk zou het mooi zijn als dit op termijn ook tot praktische handvatten leidt. Een soort zelfscan of checklist waarmee organisaties beter kunnen beoordelen: waar zitten mijn kwetsbaarheden eigenlijk?’
Een Europese strategische autonomie klinkt nogal ambitieus. Zijn er voldoende alternatieven voor de grote Amerikaanse technologiebedrijven?
'Dat is precies de volgende vraag. Het is terecht dat toezichthouders waarschuwen voor afhankelijkheden, maar met waarschuwingen alleen creëer je nog geen Europese alternatieven.
Je moet daarom eigenlijk op twee niveaus kijken. Defensief: hoe kunnen we de kwetsbaarheid die er nu is verkleinen? Maar ook offensief: hoe zorgen we ervoor dat Europese alternatieven kunnen ontstaan en groeien?
Daar ligt een gezamenlijke opgave voor de overheid en de financiële sector. Als investeerbare proposities met een goede risico-rendementsverhouding er al waren, dan waren die investeringen waarschijnlijk allang gedaan. De uitdaging zit juist in de fase daarvoor: hoe zorg je dat kansrijke Europese bedrijven kunnen doorgroeien?’ Ook daarover is de financiële sector met de overheid in serieus gesprek.
Welke rol kan de overheid daarin spelen?
‘De overheid kan bijvoorbeeld helpen om risico’s af te dekken en zelf als launching customer op te treden. In de Verenigde Staten hebben veel succesvolle technologiebedrijven ook in belangrijke mate kunnen profiteren van een overheid die bereid was om in een vroeg stadium vraag te creëren of risico te dragen.
Ook in Europa zie je dat meer gebeuren. De vraag is hoe overheid en investeerders samen kunnen zorgen dat kansrijke bedrijven in Europa niet alleen ontstaan, maar hier ook kunnen doorgroeien. De regels voor aanbestedingen worden nu bijvoorbeeld aangepast zodat strategische autonomie gewicht krijgt en de fixatie niet langer alleen ligt op prijs.
Daarbij moet je wel eerlijk zijn over de dilemma’s. Een Europees alternatief kan in het begin duurder zijn of nog niet dezelfde schaal hebben als een gevestigde internationale partij. Dan moet je met elkaar het gesprek voeren over welke keuzes je bereid bent te maken. Je kunt niet alleen tegen een sector zeggen: jullie zijn te afhankelijk, los het maar op. Dit is een gezamenlijke opgave.’
Kunnen investeerders zelf ook bijdragen door meer in Europese technologiebedrijven te investeren?
‘Ja, maar ook daar blijft risico-rendement natuurlijk een belangrijk uitgangspunt. Institutionele beleggers kijken naar rendement, risico, governance en de schaal waarop een investering mogelijk is. Dat verandert niet.
Tegelijkertijd zien we wel dat strategische autonomie steeds meer een factor wordt in het gesprek. Net zoals beleggers de afgelopen jaren vaker zijn gaan kijken naar de vraag welke bijdrage investeringen leveren aan duurzaamheid, kan ook de vraag relevanter worden: draagt deze investering bij aan de strategische weerbaarheid van Europa?
Dat betekent niet dat iedere Europese investering automatisch een goede investering is. Maar als de risico-rendementsverhouding niet klopt, kun je wel de vraag stellen welke rol publiek kapitaal kan spelen bij het alsnog mogelijk maken van Europese alternatieven.
Is dit niet een ingewikkeld gesprek voor asset managers die juist veel zaken doen met Amerikaanse partijen en ook in Amerikaanse bedrijven beleggen?
‘Ik zie dat niet als een tegenstelling. Strategische onafhankelijkheid betekent niet dat je je van Amerika moet losmaken of dat je bestaande relaties moet afbouwen.
Het gaat er vooral om dat je een keuze hebt. Dat je niet volledig afhankelijk bent van één leverancier, één land of één systeem. Tot nu toe gingen we vaak uit van het idee dat die afhankelijkheid vanzelfsprekend en probleemloos was. Daar wordt nu nuchterder naar gekeken.
Je kunt nog steeds samenwerken en investeren zoals je dat nu doet. Maar je wil beter begrijpen welke kwetsbaarheid afhankelijkheid met zich meebrengt en waar je alternatieven nodig hebt.’
Hoe snel moet de sector hiermee aan de slag? Is dit een vraagstuk voor de komende vijf jaar?
‘Nee, dit speelt nú. AFM en DNB hebben eind vorig jaar hun rapport gepubliceerd. Organisaties die bezig zijn met governance en strategische risico’s moeten deze vragen nu al stellen.
Natuurlijk, je hebt niet morgen een Europees alternatief voor alle technologie en infrastructuur waar we het over hebben. Maar dat betekent niet dat je maar moet wachten. De beste tijd om een boom te planten was gisteren, en anders is de beste tijd vandaag.
