Een kwart van de Nederlanders belegt niet, maar beschikt wel over voldoende financiële ruimte om dit te doen.[1] Deze groep potentiële beleggers is jong, hoog opgeleid en heeft vaak een koopwoning. Het profiel van deze groep komt overeen met de mensen die al beleggen, maar ze beschikken over minder financiële kennis. Eén op de drie verwacht in de toekomst wel te gaan beleggen. De mensen die al beleggen doen dat vooral in aandelen (53%), beleggingsfondsen (40%), ETF’s (24%), obligaties (18%), vastgoed (18%) en derivaten (6%). Deze percentages zijn vrijwel onveranderd vergeleken met het onderzoek van twee jaar geleden.
Onzekerheid en herkenning als drempel
Wat deze groep vooralsnog tegenhoudt, is vooral de beleving van risico, een sterke behoefte aan zekerheid en een gebrek aan kennis. Een gebrek aan geld speelt duidelijk een kleinere rol. Sparen wordt geassocieerd met veiligheid, beleggen vooral met risico. Zij worden ook afgeschrikt door de manier waarop er over beleggen wordt gecommuniceerd. Vier op de vijf potentiële beleggers haken af door de grote hoeveelheid informatie en door de verplichte officiële waarschuwing dat beleggen risico's met zich meebrengt. Vrouwen laten zich hierdoor vaker afschrikken dan mannen.
Drempels zijn te verlagen
Volgens DUFAS laten de uitkomsten zien dat de stap naar beleggen goed te verkleinen is. Potentiële beleggers noemen een belastingvoordeel en fiscale eenvoud het vaakst als stimulans. Ruim twee derde van de respondenten ziet bovendien voordelen het Zweedse model. In Zweden worden inwoners gestimuleerd om te beleggen door de overheid via belastingvriendelijke en toegankelijke beleggingsrekeningen waardoor veel meen mensen zijn gaan beleggen. Daarnaast willen niet-beleggers meer zekerheid over een passende risicokeuze en laagdrempelig kunnen starten met kleine bedragen.
Jeroen van Wijngaarden, algemeen directeur van DUFAS: “Aanbieders van beleggingsproducten kunnen dit onderzoek aangrijpen om eenvoudiger te communiceren en samen met de overheid nog meer te investeren in de kennis over beleggen bij jongeren en volwassenen. De overheid kan het gebruiken om de hoeveelheid verplichte informatie en waarschuwingen bij beleggen kritisch tegen het licht te houden. Hier ligt een gezamenlijke opdracht richting Nederlanders die wel iets kunnen doen aan hun financiële zekerheid maar dat nu nog niet aandurven."
[1] Als veilige spaarbuffer geldt: meer dan 10.000 euro spaargeld, óf een net toereikende buffer met daarbij minimaal 101 euro maandelijkse financiële ruimte (onderzoek, p. 8)

Het aandeel Nederlandse huishoudens dat belegt is in twee jaar gestegen van 36% naar 44%. De groei is het sterkst onder jongeren tussen 18 en 34 jaar. Tegelijk blijft een aanzienlijke groep aan de kant staan die wel de financiële ruimte heeft om te beleggen. Dat blijkt uit onderzoek van DVJ Insights in opdracht van DUFAS, de branchevereniging van de Nederlandse vermogensbeheersector.