‘Veel bedrijven zoeken privaat geld, maar dat is vaak niet zo bekend’ – In gesprek met Noussair Aatil, Head of Distribution & Wealth Amundi Netherlands

Nieuws In gesprek met

Noussair Aatil zit al jaren in het bankwezen, meest recentelijk voor Amundi. Sinds kort is hij bij branchevereniging voor vermogensbeheer DUFAS voorzitter van een nieuwe expertgroep over private markten. Hij was van jongs af aan geïnteresseerd in de financiële markten. Daarnaast verdiept hij zich ook in de private markten. Hij vindt het vooral interessant om te zien op welke manieren bedrijven gefinancierd worden met privaat kapitaal: traditioneel door institutionele beleggers, maar steeds vaker ook toegankelijk voor kleinere beleggers. Dit is een groeiend en belangrijk onderwerp gezien de toenemende vraag naar private investeringen.

De kleine investeerder, waar moet ik dan aan denken?

“Bedrijven die groeien hebben meer liquiditeit, oftewel geld om investeringen te kunnen doen, nodig. Dat geldt niet alleen voor de grote beursgenoteerde bedrijven, maar vooral voor startups, scale-ups en voor veel mkb-bedrijven die je niet op de beurs vindt. Denk niet alleen aan lokale winkels, maar ook aan nieuwe innovatieve bedrijven met schaalpotentieel. Die willen groeien en hebben daar kapitaal voor nodig. Normaliter boden institutionele beleggers dat kapitaal aan en tegenwoorden kunnen ook de vermogende particulieren meedoen."

Hoe toegankelijk is die markt?

“Tot voor kort was beleggen in private markten vooral iets voor institutionele beleggers. Veel private structuren waren closed-endfondsen: Die hadden lange looptijden (meestal 10–15 jaar), hoge minimale inleg je moest geld bijstorten, de zogenoende capital calls, je geld zat vast. Dat maakte toegang voor particulieren praktisch onmogelijk. De markt verandert echter."

Wat is er veranderd?

"Nieuwe structuren en regelgeving maken private markten beter toegankelijk: Zo bieden evergreen- of open-endfondsen doorgaans flexibele instap- en uitstapmomenten, bijvoorbeeld maandelijkse instap en kwartaalredempties voor een gedeelte van het kapitaal. Minimale inlegbedragen zijn veel lager geworden, denk eerder aan duizend euro’s dan aan miljoenen, en de ELTIF 2.0-regelgeving heeft retailtoegang en transparantie verbeterd."
Toch: “liquiditeit is toegenomen, maar nooit volledig gelijk aan beursbeleggingen. Je moet rekening houden met minder frequente waardering, mogelijke beperkingen op redempties en dus een langere beleggingshorizon hebben.”

Dat klinkt alsof iedereen kan meedoen.

“Onder de invoering van de Eltif 2.0 regelgeving bieden Evergreen fondsen meer mogelijkheden voor particuliere deelname. Natuurlijk maken deze voorwaarden het nog steeds niet voor iedereen geschikt. Je moet wel de juiste kennis hebben en weten hoe het product werkt. Je moet je bewust zijn van de voordelen en van de risico’s. Hierbij blijven kennis en zorgvuldige selectie van de fondsen cruciaal.” Het is andere type asset class die in de beleggingsportefeuille voor diversificatie kan zorgen. Om die kennis te verspreiden, ben ik actief geworden binnen de nieuwe werkgroep van Dufas. Ons belangrijkste doel: educatie.”

Wat speelt er op dit moment?

“Bedrijven vinden private investeringen een effectieve manier om geld op te halen om te kunnen groeien. Het is wel belangrijk dat je kwalitatief goede bedrijven vindt om in te investeren. De private markt is in opkomst, dus moeten fondsen goede bedrijven selecteren waar nieuwe beleggers in kunnen stappen. Je wil niet dat de risico’s te hoog zijn en dat beleggers plotseling hun geld kwijt zijn. Daarom is het verstandig om een diverse portefeuille aan te houden. De rest zou dus geholpen kunnen worden met geld van private investeerders. Dat is toch een enorme markt?! Er is een belangrijk potentieel in deze markt!”