Ronald Wuijster: ‘Niet beleggen is vaak risicovoller dan beleggen’

Nieuws In gesprek met

Na ruim vier jaar draagt Ronald Wuijster het voorzitterschap van DUFAS over. Een logisch moment om terug te kijken op een periode waarin de vermogensbeheersector zichtbaarder is geworden, de Europese agenda steeds belangrijker en beleggen nadrukkelijker onderdeel van het maatschappelijke debat. Volgens Wuijster is er veel bereikt, maar staat de sector ook voor nieuwe uitdagingen. “We moeten investeren normaler maken.”

Je draagt het voorzitterschap van DUFAS over. Waar kijk je met de meeste trots op terug?

“Toen ik voorzitter werd, werd de vermogensbeheersector nog niet altijd op zijn eigen merites beoordeeld. We werden vaak op één hoop gegooid met andere delen van de financiële sector en droegen soms nog het imago mee van de kredietcrisis. Terwijl de problemen destijds niet uit de vermogensbeheersector voortkwamen.

Wat ik mooi vind, is dat we de afgelopen jaren veel beter zichtbaar hebben gemaakt wat onze sector daadwerkelijk doet. Vermogensbeheer is geen abstracte activiteit voor een kleine groep professionals. Het raakt vrijwel iedere Nederlander, bijvoorbeeld via pensioenopbouw, verzekeringen of andere financiële producten. Dat verhaal wordt vandaag beter begrepen dan vier jaar geleden.”

Veel mensen zien vermogensbeheer nog steeds als iets abstracts. Wat missen zij?

“Ze missen vaak de maatschappelijke betekenis ervan. Vermogensbeheer helpt mensen vermogen op te bouwen voor later. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat kapitaal beschikbaar komt voor bedrijven, innovatie, infrastructuur en andere investeringen die nodig zijn voor economische ontwikkeling.

Beleggen is voor veel mensen iets dat ze associëren met risico. Maar het gesprek zou vaker moeten gaan over de risico’s van níét beleggen. Dat perspectief ontbreekt nog te vaak.”

Je zegt vaker dat risicoaversie ook een risico kan zijn. Wat bedoel je dan?

“De Nederlandse reflex is vaak: wees voorzichtig. Daar is op zichzelf niets mis mee. Maar soms slaan we daarin door. Dan ontstaat het beeld dat beleggen vooral gevaarlijk is.

Natuurlijk zijn er risico’s. Maar als mensen langdurig beleggen en hun beleggingen goed spreiden, is de kans op structureel verlies relatief klein. Het risico van niet beleggen krijgt veel minder aandacht, terwijl dat op lange termijn grote gevolgen kan hebben voor vermogensopbouw en financiële zelfstandigheid.

Ik zeg daarom weleens: niet beleggen is vaak risicovoller dan beleggen.”

Dat komt omdat we dus voorzichtig zijn. Waar komt die voorzichtigheid vandaan?

“Dat is een combinatie van factoren. Cultureel zijn Nederlanders en Europeanen relatief terughoudend als het gaat om risico nemen. Daarnaast spelen regelgeving, toezicht en soms ook fiscale prikkels een rol.

In Nederland hebben we bovendien de neiging om Europese regels nét iets strenger te maken dan noodzakelijk. Dat draagt niet altijd bij aan een klimaat waarin investeren vanzelfsprekend wordt.

Tegelijkertijd zie je wel een verandering. Zowel beleidsmakers als maatschappelijke organisaties realiseren zich steeds meer dat investeringen nodig zijn om toekomstige groei mogelijk te maken. Dat helpt.”

Hoe krijgen we meer mensen comfortabel met investeren?

“Voor een belangrijk deel begint dat met educatie. Daarom steunt DUFAS initiatieven die jongeren al vroeg kennis laten maken met beleggen en vermogensopbouw.

Maar het gaat ook om het veranderen van het maatschappelijke verhaal. We moeten niet alleen praten over risico’s, maar ook over kansen. Over wat beleggen mogelijk maakt voor huishoudens én voor de economie als geheel.”

Europa speelt een steeds grotere rol in het werk van DUFAS. Waarom eigenlijk?

“Omdat Europa uiteindelijk de markt is waarin wij opereren. Nederland heeft een sterke positie binnen de Europese vermogensbeheersector. We behoren qua beheerd vermogen tot de grootste landen van Europa en beschikken over veel kennis van langetermijnbeleggen.

Tegelijkertijd moeten we oppassen dat we alles door een nationale bril blijven bekijken. Als Europa concurrerend wil blijven ten opzichte van de Verenigde Staten en Azië, moeten we meer gezamenlijk optrekken.”

Wat heb je in dat opzicht geleerd van de samenwerking binnen Europa?

“Dat Europese samenwerking soms betekent dat je een deel van je eigen gelijk moet loslaten. Binnen de Europese koepel EFAMA hebben landen soms verschillende belangen en tradities. Toch is het belangrijk om elkaar te blijven vinden.

Juist op dossiers als regelgeving, concurrentiekracht en kapitaalmarkten geldt dat Europa sterker wordt als landen gezamenlijk optrekken. In eenheid zit uiteindelijk kracht.”

DUFAS ondersteunt ook de Savings and Investment Union. Waarom is dat belangrijk?

“Europa kent veel spaargeld, maar de kapitaalmarkten zijn nog steeds versnipperd. Daardoor wordt kapitaal niet altijd optimaal ingezet voor investeringen.

De Savings and Investment Union kan helpen om meer privaat vermogen productief te maken voor economische groei, innovatie, infrastructuur, de energietransitie en defensie. Nederland kan daarin een belangrijke rol spelen dankzij het sterke pensioenstelsel en de ervaring met collectieve vermogensopbouw.”

Welke financiële thema’s verdienen de komende jaren de meeste aandacht?

“Financiële educatie blijft belangrijk. Daarnaast moeten we beleggen toegankelijker maken voor meer mensen. Europa blijft hoog op de agenda staan, net als de vraag hoe we de concurrentiekracht van onze sector kunnen versterken.

Verder moeten we kritisch blijven kijken naar de regeldruk. Goed toezicht is essentieel, maar regelgeving moet wel proportioneel blijven.

En ten slotte moeten we zorgen dat de sector aantrekkelijk blijft voor nieuw talent. De vermogensbeheersector heeft een prachtig verhaal te vertellen. We mogen daar best wat minder bescheiden over zijn.”

Je afscheid markeert een voorzitterswissel. Betekent dat ook een nieuwe koers voor DUFAS?

“Dat denk ik niet. Ik zie vooral continuïteit. De grote thema’s blijven hetzelfde: financiële educatie, meer particuliere deelname aan beleggen, een sterke positie van Nederland in Europa en een gezonde balans tussen toezicht en ruimte voor ondernemerschap.

DUFAS heeft de afgelopen jaren een stevige positie opgebouwd. Ik heb er alle vertrouwen in dat die lijn wordt voortgezet.”

Dit artikel is geschreven door: