Home - Interview met - ‘Soms moet je even je mond houden’ - In gesprek met Judith Boom, commissievoorzitter bij DUFAS

‘Soms moet je even je mond houden’ - In gesprek met Judith Boom, commissievoorzitter bij DUFAS

Ze is al langer lid van verschillende expertgroepen binnen DUFAS. Sinds 2023 is Judith Boom, in het dagelijks leven actief als jurist bij APG Asset Management, commissievoorzitter van de Fund Regulation & Investment Services en heeft ze een andere rol: alle betrokken partijen geven hun mening over nieuwe wetgeving en opkomende issues en zij zoekt manieren om daar als voorzitter neutraal mee om te gaan en een gezamenlijk standpunt te formuleren.

Hoe ziet het werk van een commissievoorzitter eruit?

“Ik heb wel even nagedacht over de positie die vrijkwam. Je hebt dan toch een andere rol. Je moet ervoor zorgen dat iedereen zorgen op tafel kan leggen en dat ze zich allemaal gehoord voelen tijdens discussies over nieuwe wetgeving uit Europa of Nederland. Als voorzitter spreek ik niet namens één bedrijf. Ik faciliteer dat andere vertegenwoordigers van leden van DUFAS hun mening delen en dat dat gebeurt in een goede en betrouwbare omgeving. We spreken elkaar vier keer per jaar en meestal doen we dat via Teams, soms is het prettig elkaar ook even fysiek te ontmoeten.”

Waarom zijn die commissies zo belangrijk?

“De mensen bij DUFAS kunnen zelf veel bedenken, maar de kracht zit ‘m in de kennis van alle leden. Er vallen veel werkgroepen onder mijn commissie, dus er is een breed aandachtsgebied. Als we wetsvoorstellen zien van de Europese Commissie of de Nederlandse overheid, of vragen en antwoorden die worden gepubliceerd door de Nederlandse of Europese toezichthouders, dan willen we allemaal weten wat dat betekent. In een werkgroep duiken we er in detail in. Dat doen we ook als een wet in consultatie gaat. Dan vraagt de Europese Commissie vermogensbeheerders bijvoorbeeld om erop te schieten. We krijgen een hele lijst met vragen, soms wel 25 pagina’s lang en op een specifieke manier vormgegeven. Daar gaat best wat werk in zitten. Zo krijgen we veel te zien en hebben we over veel zaken een mening.”

Wat gaat er nog meer langs jou als voorzitter?

“Er wordt al geruime tijd veel nagedacht over de vraag hoe krijg je mensen die sparen aan het beleggen? Vaak wordt beleggen niet goed begrepen. Dan wordt ons door bijvoorbeeld het ministerie van Financiën om ideeën gevraagd en leveren we een bijdrage aan de standpunten namens DUFAS.

Ik kan me niet voorstellen dat alle deelnemers in jouw commissie hetzelfde denken over wetsvoorstellen.

“Wat je ziet, is dat we vaak dezelfde pijnpunten herkennen als je inzoomt op nieuwe wetten. We lopen tegen dezelfde dingen aan. Dan is het mijn uitdaging om de hele groep te laten praten over gezamenlijke oplossingen. Over die oplossingen hebben we inderdaad meer discussie. Duurzaamheid is een goed voorbeeld. De een heeft als intrinsieke overtuiging dat het niet ver genoeg kan gaan, de ander benadrukt dat het tempo niet te hoog moet zijn. Daar praat je dan uitgebreid over met elkaar.”

Is het niet vreemd dat jullie aan tafel zitten bij nieuwe wetgeving? De financiële sector heeft sinds de crisis niet altijd in een goed daglicht gestaan.

“Betrokkenen krijgen vaak de gelegenheid om verbeteringen voor te stellen voor wet- en regelgeving die in voorbereiding is. Bijvoorbeeld doordat de wetgever consultatierondes organiseert. Na de financiële crisis is er een periode geweest met veel nieuwe wetgeving of aanscherping van bestaande wetgeving gevolgd door een nieuwe prioriteiten zoals duurzaamheid en digitale weerbaarheid die ook hun neerslag hebben gevonden in wetgeving. Vanuit het perspectief van de Europese Commissie of de Nederlandse overheid is wetgeving een voor de hand liggend middel om in te zetten. Wat we hebben gezien is goede wetgeving, maar eerlijkheidshalve ook onduidelijke of moeilijk uitvoerbare wetgeving. Dat is vanuit de sector, via consultatie reacties, aangegeven maar er is niet in alle gevallen naar de gegeven feedback geluisterd. Je ziet daar nu een kanteling komen. Uiteindelijk wil je wetgeving die van toegevoegde waarde is, omdat het uitlegbaar is en werkt.”

Kun je een voorbeeld geven van die kanteling?

“De regeldruk is toegenomen en de kosten van het toezicht ook. Instellingen die onder toezicht staan moeten dat toezicht zelf betalen. Nu durven politici de vraag te stellen: waaróm wordt het ieder jaar duurder?.”

Wat maakt het zo leuk om in een commissie of werkgroep te zitten?

“De standpunten van DUFAS zouden niet bestaan zonder de input van de deelnemers. Alle relevante onderwerpen liggen op tafel. Het mooiste is als je pijnpunten herkent bij andere leden, welke impact wetgeving heeft en dat je samen creatieve oplossingen bedenkt. Soms is gedeelde smart ook halve smart. We zitten niet altijd op één lijn, maar standpunten worden nooit doorgedramd. Gemiddeld ben ik er vier uur per week mee bezig, dat valt dus mee. Er zijn natuurlijk pieken. Als er bijvoorbeeld nieuwe verkiezingen zijn geweest en de kaarten opnieuw zij geschud, kijken we altijd hoe de dobbelstenen zijn gevallen en bepalen we of het goed is om standpunten opnieuw te delen. Dan is het vaak net wat drukker, net als met de implementatie van nieuwe wetten. Het werk is nooit af en het is ook nooit saai!”